Send a friend
 
Stuur deze pagina aan een vriend of bekende. Via een link kunnen ze deze pagina dan direct openen.
 
 
 
Aan
 
 
Email
 
 
 
 
Van
 
 
Email
 
 
 
 
Boodschap
 
 
 
 
 
 
 

Tel +31(0)24 397 1204

Home
contact
send a friend

 
 
 



“Zou u slechts een dauwdruppel verkrijgen
van de kristalheldere wateren
van goddelijke kennis,
dan zou u dadelijk beseffen
dat het ware leven niet het leven van het lichaam is, maar het leven van de geest…”
                  – Bahá’u’lláh




“Beschouw de mens als een mijn rijk aan edelstenen
van onschatbare waarde.
Alleen opvoeding kan de schatten ervan aan het
licht brengen, en de mensheid in staat stellen
daarvan profijt te trekken.”
                                                                           – Bahá’u’lláh





                          over deze mandela

Geestelijke opvoeders

In de menselijke geschiedenis heeft God verschillende geestelijke Opvoeders gezonden. De leringen van deze Opvoeders hebben altijd de basis gevormd voor de vooruitgang van de beschaving. Deze Boodschappers zijn onder andere Abraham, Krishna, Zoroaster, Mozes, Boeddha, Jezus, Mohammed, en Bahá’u’lláh als meest recente. Bahá’u’lláh legt uit dat de religies in de wereld uit dezelfde bron komen en in essentie opeenvolgende hoofdstukken zijn van één religie van God.

Bahá’ís geloven dat het van cruciaal belang is om een gedeelde visie te vinden op de toekomst van onze samenleving en op het doel van ons leven. Zulk een visie ontvouwt zich in de Geschriften van Bahá’u’lláh.

De mens is een geestelijk wezen

In de mens zijn twee naturen aanwezig; zijn geestelijke of hogere natuur en zijn stoffelijke of lagere natuur. Met de ene nadert hij God en met de andere leeft hij alleen voor de wereld. Om de hogere natuur te ontwikkelen is verfijning van het innerlijke karakter en dienstbaarheid aan de mensheid nodig. Dit tweevoudige morele doel – zorg dragen voor eigen geestelijke en intellectuele groei en tegelijkertijd bijdragen aan de transformatie van de samenleving – is essentieel voor ons leven.

Geestelijke opvoeding van de mens

Bahá’ís en hun vrienden werken in wijken en dorpen samen om hechtere gemeenschappen op te bouwen door mogelijkheden te creëren voor kinderen, jeugd, jongeren en volwassenen om geestelijk te groeien en dienstbaar te zijn.

Kinderen

Het gezin vormt de kern van de samenleving. Een fundamentele rol van het gezin is kinderen grootbrengen die verantwoordelijkheid nemen voor zowel hun eigen geestelijke groei als voor hun deelname aan de vooruitgang van de wereld.

Jeugd en jongeren

Aan jeugd en jongeren is een speciale rol toebedeeld. In hen – alhoewel soms afgeschilderd als problematisch – zien we onbaatzuchtigheid, een scherp gevoel voor rechtvaardigheid,gretigheid om over de wereld te leren en een verlangen een bijdrage te leveren aan een betere wereld.

Een leven lang leren

Het doel van bahá’í-leerkringen is om deelnemers kennis, geestelijke inzichten en vaardigheden te bieden waarmee zij kunnen bijdragen aan de verbetering van de samenleving, beginnend in hun eigen buurt. Dit wordt gedaan in een reeks trainingen gebaseerd op de Bahá’í-geschriften.

Gebed en meditatie

In een gemeenschap waar gesprekken over de geestelijke dimensie van het menselijk bestaan ​​wortel schieten, ontstaan van nature bijeenkomsten voor gebed en meditatie. Er zijn geen rituelen, niemand heeft een speciale rol. De bijeenkomsten bestaan ​​grotendeels uit het lezen van gebeden en passages uit de bahá’í heilige teksten in een informele, maar respectvolle sfeer.